Klik op de hotspots
Wat zegt de wet over gokken?
Wet op kansspelen & Speelautomatenbesluit 2000
Om een kansspelautomaat in je horecabedrijf te mogen plaatsen moet je voldoen aan de Wet op kansspelen. Een belangrijke eis uit de wet is dat je hiervoor een vergunning nodig hebt die je bij de gemeente kunt aanvragen. Zo’n vergunning noemen we een aanwezigheidsvergunning.
De gemeente en de Kansspelautoriteit handhaven de wet.
Die vergunning krijg je overigens alleen als jouw bedrijf gezien wordt als een ‘hoogdrempelige inrichting’. Een bedrijf dat zich richt op gasten boven de 18 jaar. Je zult dus niet snel een speelautomaat zien in een indoor speelparadijs, tenzij de gemeente hiervoor een aparte vergunning heeft afgegeven.
Daarnaast mogen er maximaal 2 kansspelautomaten staan in 1 bedrijf en mag je personen onder de 18 jaar niet toestaan om te spelen.
Als je als horecabedrijf ook exploitant wilt zijn van de kansspelautomaat, dus de automaat in eigendom te willen hebben, dan moet je ook nog voldoen aan het Speelautomatenbesluit 2000. In dat besluit staan de eisen waaraan de kansspelautomaten moeten voldoen. Dat is meteen ook de reden dat veel horecabedrijven een automaat huren van een exploitant: het hebben van een kansspelautomaat is voor hun geen hoofdactiviteit.
Daarnaast heb je als exploitant een andere vergunning nodig dan als houder van de speelautomaat: een exploitatievergunning. Deze wordt afgegeven door de Kansspelautoriteit en niet door de gemeente.
Hoe herken je problematisch gokgedrag?
Als gokken tot verslaving leidt
Wanneer weet je nu of iemand een gokprobleem heeft? Die persoon krijgt immers geen rode ogen of verwijde pupillen. Hiervoor bestaan meerdere internationale richtlijnen.
De richtlijn die in Nederland vaak gebruikt wordt is die van SOGS (South Oaks Gambling Screen). Met een vragenlijst kunnen mensen vaststellen welk type speler ze zijn. Een afgeleide van deze test kun je hiernaast vinden.
Afhankelijk van het aantal punten dat je scoort, word je ingedeeld als recreatieve speler, risicospeler of probleemspeler. Verantwoord gokgedrag zien we bij recreatieve spelers. Zij spelen voor plezier, niet per se om veel geld te verdienen. Vaak hebben zij van tevoren bedacht hoeveel geld zij willen opmaken.
Bij risicospelers ontstaat er een mogelijk risico op verslaving. Zij gaan vaker over hun grenzen heen door te veel uit te geven en blijven te lang achter de automaat zitten. Daarnaast worden ze gefrustreerd als ze verliezen. Ze trappen dan bijvoorbeeld tegen de gokkast aan. Het zijn vaak ook mensen die bij binnenkomst direct doorlopen naar de gokkast.
Probleemspelers gaan in hun gedrag nog een stap verder. Zo liegen zij over hun gokgewoontes en lenen regelmatig geld om te kunnen spelen. Ze willen zo graag spelen dat ze soms geïrriteerd raken als ze een tijdje niet kunnen spelen. Vaak gaan ze zo in hun spel op dat ze je niet horen als je tegen ze praat. We noemen dat een tunneleffect. Ze horen of zien niets anders dan de kansspelautomaat.
Probleemspelers krijgen een gokverslaving als zij afhankelijk zijn geworden van het gokken. Ze denken niet meer aan het geld dat ze verliezen, maar alleen aan dat wat ze theoretisch gezien kunnen winnen. Ze zien de realiteit niet meer zoals eerder. Alles draait om het winnen. Problemen die ontstaan beginnen financieel van aard, maar eindigen vaak ook in persoonlijke problemen, als een echtscheiding of verliezen van baan.
Hoe voorkom je problematisch gokgedrag?
Preventieve en reactieve maatregelen
Een hulpmiddel om verantwoord gebruik te bevorderen en misbruik te voorkomen is het gokbeleidsplan. Hierin beschrijf je wat de regels zijn en hoe je die handhaaft. Daarbij leg je ook uit welke preventieve en reactieve maatregelen je neemt.
Het is belangrijk dat je je medewerkers goed voorlicht en ze instrueert over hoe ze het beleid actief kunnen uitdragen en uitvoeren.
Preventieve maatregelen zijn in sommige gevallen verplicht. Als horecaondernemer met een aanwezigheidsvergunning mag je geen reclame maken voor je kansspelautomaat. Als het goed is, is de automaat aan de voorkant voorzien van de volgende opschriften:
- “Het toevalskarakter is niet te beïnvloeden”
- “Voorkom gokverslaving – Speel met mate”
- “Spelen onder de 18 jaar is niet toegestaan”
- “Speel bewust”
Andere preventieve maatregelen zijn: duidelijke communicatie van het gokbeleid in je huisregels, zorg dat de automaat staat op een plek waar jij toezicht op hebt, controleer de leeftijd van gebruikers als je twijfelt of ze 18 jaar zijn.
Wanneer je constateert dat dezelfde jongeman al drie keer geld is komen wisselen en al langer dan 2 uur achter de automaat zit, zou je hem kunnen attenderen op je huisregels. Het is dan wel belangrijk dat je in je huisregels vermeldt hoe lang iemand maximaal achter de kansspelautomaat mag zitten. Je kunt hiervoor in de eerste plaats contact maken. Wil de gast niets weten van minderen, dan kun je het gespreksmodel ‘openlijke regelovertreding’ gebruiken. Wanneer dit alles niet werkt, kun je de gast de toegang tot de automaat, of zelfs jouw bedrijf ontzeggen. Dit zijn allemaal reactieve maatregelen.
Oefenvragen
Wat wordt bedoeld met tunneleffect?
- Dat iemand achter de gokkast je niet hoort of ziet als je tegen hem praat.
- Dat het steeds moeilijker wordt om van gokken af te komen.
- Dat iemand agressief wordt door gokken en anderen lastig valt.
Wanneer spreek je van verantwoord gokgedrag?
- Als men speelt om te winnen.
- Als men zonder maximale inzet begint aan het spel.
- Als men speelt voor het plezier en de ontspanning.
- Als men niets of niemand meer hoort tijdens het spel.
